Buitenland

  • Regering-Trump plooit: regenboogvlag opnieuw toegelaten bij Stonewall

    De regenboogvlag mag dan toch permanent terugkeren en uithangen aan het Stonewall-monument in New York. Dat is het resultaat van een schikking die de regering van president Donald Trump heeft getroffen in een aanslepend juridisch conflict hierover.

    In februari werd de regenboogvlag aan het LGBTQ+-monument verwijderd door de dienst die instaat voor de nationale parken, en dit op bevel van de regering. Volgens de dienst mochten enkel Amerikaanse vlaggen nog aan de nationale parken en monumenten wapperen. Die verwijdering viel extra zwaar bij de plaatselijke LGBTQ+-gemeenschap omdat het monument net de Stonewall-rellen herdenkt, die aan de basis liggen van de hedendaagse homo-emancipatie. Op de verwijdering van de regenboogvlag kwam dan ook uit verschillende hoeken stevige kritiek. Geschiedschrijvers, lokale politici, LGBTQ+-activisten en advocaten vreesden dat de verwijdering van de vlag zou leiden tot een uitwissing van zowel het symbool als het verhaal achter het monument.

    Tegen de verwijdering werd dan ook meteen een klacht ingediend door de Gilbert Baker Foundation, Village Preservation en Equality NY. Zij waren van oordeel dat de verwijdering van de regenboogvlag ongrondwettelijk was en dat de vlag wel degelijk onder de richtlijnen van de regering mocht worden opgehangen. Daarin staat immers dat vlaggen met een historische context toegelaten zijn, wat volgens hen het geval is bij het Stonewall-monument. Ook waren de organisaties van mening dat de overheid met de verwijdering specifiek de LGBTQ+-gemeenschap viseerde.

    Die argumentatie leidde ertoe dat de overheid voor twee keuzes stond: ofwel publiekelijk het onderspit delven in de rechtszaal, ofwel de hele zaak buiten de rechtbank regelen. De regering-Trump koos voor die laatste optie en kwam terug op haar beslissing door opnieuw toestemming te geven om de regenboogvlag aan het Stonewall-monument te hangen. In de bereikte schikking erkent de overheid dat de regenboogvlag niet in strijd is met de geldende richtlijnen, dat dit ook juridisch afdwingbaar is en dat de regering niet zomaar van standpunt kan veranderen om de vlag alsnog te verbieden.

    De National Park Service heeft nu zeven dagen de tijd om de regenboogvlag opnieuw onder de Amerikaanse vlag te hangen.

    "Dit is een volledige overwinning voor onze cliënten en voor de LGBTQ+-gemeenschap", zegt advocaat Alexander Kristofcak, een van de advocaten van de drie organisaties die de rechtszaak tegen de overheid aanspanden. "De overheid heeft erkend wat wij vanaf dag één hebben aangevoerd: de Pride-vlag hoort thuis bij Stonewall. De vlag zal worden hersteld en zal officieel en permanent wapperen."

    Lees meer
  • Hongrois votent le changement, impact sur les droits LGBTIQ+ incertain

    Le leader de l’opposition hongroise Péter Magyar a remporté dimanche les élections hongroises avec son parti Tisza. Cela met fin à seize années de pouvoir de Viktor Orbán. La victoire de Magyar a été célébrée avec enthousiasme dans la capitale, Budapest.

    Ces dernières semaines, il était déjà clair que le parti d’Orbán était en recul dans les sondages. Dimanche soir, Orbán a rapidement reconnu sa défaite. Avec près de 90 % des voix dépouillées, il est apparu que Magyar avait obtenu les deux tiers des sièges au Parlement. S’il parvient à conserver cette majorité, Tisza pourra revenir sur toutes les décisions prises par Orbán ces dernières années.

    Cela pourrait également concerner les nombreuses restrictions imposées aux droits de la communauté LGBTIQ+. Ces dernières années, cette minorité a en effet été régulièrement ciblée par le régime d’Orbán. En 2021, son gouvernement a adopté une loi interdisant la « promotion » de l’homosexualité et de la transidentité. Concrètement, la loi prévoit qu’aucune référence aux personnes LGBTI+ ne peut être faite dans des lieux accessibles aux mineurs. Cette législation a déjà valu à Orbán et à son gouvernement de vives critiques de la part de l’Union européenne.

    La Pride de Budapest a également été visée pendant des années par le régime et finalement interdite l’an dernier. Malgré cette interdiction, entre 180 000 et 200 000 personnes sont descendues dans les rues fin juin, dont des délégations de plus de trente pays. Le maire de Budapest, Gergely Karácsony, qui avait malgré tout délivré une autorisation pour la Pride, a ensuite été poursuivi en justice et devrait prochainement comparaître devant le tribunal.

    La victoire de Magyar a été saluée par plusieurs dirigeants européens.
    "Félicitations à Péter Magyar et au parti Tisza pour leur victoire aux élections législatives hongroises", a écrit le ministre belge des Affaires étrangères Maxime Prévot sur X. "Un moment historique pour la Hongrie et pour l’Europe."
    "Avec une participation record, les Hongrois ont voté pour le changement. Ils ont choisi un gouvernement qui rétablira les institutions sur lesquelles repose une démocratie. Ils ont choisi l’État de droit."
    Le Premier ministre néerlandais Rob Jetten a salué "une nouvelle étape pour la Hongrie et l’UE, avec l’espoir d’un retour de la démocratie, de l’État de droit et de la coopération européenne". Il parle d’"une victoire électorale historique".

     

    Reste toutefois à savoir si la situation de la communauté LGBTIQ+ hongroise évoluera à court terme. "Ce qu’Orbán a construit n’était pas seulement un pouvoir politique, mais un système", explique Rémy Bonny, militant des droits LGBTIQ+ et président de Forbidden Colours. "Un système ancré dans des lois, des institutions et des structures de financement conçues pour survivre à toute élection.
    Ce système ne disparaît pas du jour au lendemain. Ces dernières années, les personnes LGBTIQ+ ont été transformées en cibles politiques : la "loi de propagande", l’interdiction de la Pride, les restrictions à l’adoption, la suppression de la reconnaissance juridique du genre et une constitution qui entérine la discrimination.
    Le démantèlement de ce système doit désormais être la priorité."

    Lees meer
  • Hongaren stemmen voor koerswijziging, maar impact op LGBTIQ+-rechten onzeker

    De Hongaarse oppositieleider Péter Magyar heeft zondag met zijn partij Tisza de Hongaarse verkiezingen gewonnen. Daarmee komt er een einde aan de zestienjarige regeerperiode van Viktor Orbán. De overwinning van Magyar werd in de hoofdstad Boedapest alvast uitbundig gevierd.

    De afgelopen weken was het al duidelijk dat de partij van Orbán op achterstand stond in de peilingen. Zondagavond gaf Orbán dan ook vrij snel toe dat hij de verkiezingen verloren had. Met bijna 90 procent van de stemmen geteld, bleek dat Magyar twee derde van de zetels in het parlement had binnengehaald. Als hij die tweederdemeerderheid kan behouden, kan Tisza alle beslissingen die Orbán de voorbije jaren heeft doorgevoerd terugdraaien.

    Dat zou dus ook kunnen gebeuren met de vele beperkingen van de rechten van de LGBTIQ+-gemeenschap. De afgelopen jaren werd deze minderheidsgroep immers meermaals geviseerd door het regime van Orbán. Zo keurde zijn regering in 2021 een wettekst goed die de “promotie” van homo- en transseksualiteit verbood. Concreet bepaalt de wet dat er op plaatsen waar minderjarigen aanwezig zijn geen verwijzingen mogen worden gemaakt naar holebi’s en transgenderpersonen. Hiervoor kreeg president Orbán en zijn regering al meermaals zware kritiek van de Europese Unie.

    Ook de Pride van Boedapest werd jarenlang door het regime geviseerd en uiteindelijk vorig jaar verboden. Ondanks dat verbod kwamen toen tussen de 180.000 en 200.000 mensen, waaronder delegaties uit meer dan dertig landen, eind juni op straat. Burgemeester Gergely Karácsony, die ondanks het verbod toch een vergunning afleverde voor de Pride, werd vervolgens aangeklaagd en zou binnenkort hiervoor voor de rechtbank moeten verschijnen.

    De overwinning van Magyar werd verwelkomd door verschillende Europese leiders.
    “Gefeliciteerd aan Péter Magyar en de Tisza-partij met hun overwinning bij de Hongaarse parlementsverkiezingen”, schrijft minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot op X. “Een historisch moment voor Hongarije en voor Europa.”
    “Met een recordopkomst hebben de Hongaren gestemd voor verandering. Ze hebben gekozen voor een regering die de instellingen herstelt waarop een democratie steunt. Ze hebben gekozen voor de rechtsstaat.”
    De Nederlandse premier Rob Jetten prijst “de nieuwe stap voor Hongarije en de EU, met de hoop op herstel van democratie, rechtsstaat en Europese samenwerking”. Hij spreekt van een “historische verkiezingsoverwinning”.

    Of de situatie voor de Hongaarse LGBTIQ+-gemeenschap op korte termijn zal veranderen, valt nog af te wachten. “Wat Orbán heeft opgebouwd was niet enkel politieke macht, maar een systeem”, aldus LGBTIQ+-rechtenactivist en voorzitter van Forbidden Colours Rémy Bonny. “Eén dat verankerd zit in wetten, instellingen en financieringsstructuren die bedoeld zijn om elke verkiezing te overleven.
    Dat systeem verdwijnt niet van de ene dag op de andere. De voorbije jaren werden LGBTIQ+-personen tot politieke doelwitten gemaakt: de ‘propagandawet’, het verbod op Pride, beperkingen op adoptie, de afschaffing van wettelijke gendererkenning en een grondwet die discriminatie verankert. Het ontmantelen van dit systeem moet nu de prioriteit zijn.”

    Lees meer
  • Organisations internationales alertent sur la répression des militant·e·s LGBTI+ en Turquie

    Plusieurs organisations internationales de défense des droits humains et LGBTIQ+ ont exprimé leur vive inquiétude face aux poursuites engagées contre onze militant·e·s LGBTIQ+ en Turquie. Ces derniers ont comparu pour la première fois devant la justice mardi dernier en raison de leur rôle au sein du conseil d’administration et du conseil de surveillance de l’organisation de défense des droits LGBTI+ Genç LGBTİ+ (Genç LGBTİ+ Derneği). Ils sont accusés d’avoir enfreint la loi sur les associations et risquent une peine de prison d’un à trois ans ainsi qu’une amende.

    L’organisation elle-même a été dissoute en décembre par un tribunal turc. Cette décision repose sur une accusation d’« obscénité » liée à des dessins publiés entre 2019 et 2022 sur les réseaux sociaux. Ces illustrations avaient été réalisées par des artistes LGBTI+ dans le cadre d’événements Pride en ligne. Le tribunal a estimé que ces images pouvaient « encourager » les individus à devenir lesbiennes, gays, bisexuels ou transgenres, et qu’elles violaient la morale publique ainsi que l’article 41 de la Constitution turque, consacré à la protection de la famille.

    Les membres du conseil de Genç LGBTİ+ sont désormais poursuivis devant le tribunal pour violation de la loi sur les associations. L’affaire sera examinée sur le fond le 14 octobre.

    Une autre procédure judiciaire, distincte, vise également Defne Güzel, présidente de la May 17 Association, une autre organisation LGBTI+ en Turquie. Elle est accusée d’avoir enfreint la même législation après la publication d’un livre et d’un catalogue d’exposition jugés contraires à la morale publique. Elle encourt également une peine de prison de un à trois ans et une amende.

    En cas de condamnation, Defne Güzel et les membres de Genç LGBTİ+ pourraient être privés de certains droits civils, notamment celui d’exercer des fonctions dirigeantes au sein d’organisations de la société civile. Ces poursuites ne visent donc pas uniquement des individus, mais également la capacité des organisations concernées à fonctionner librement.

    Ces affaires s’inscrivent dans un contexte plus large de pressions accrues sur les organisations LGBTI+ en Turquie. Elles font suite à une série de contrôles administratifs menés en 2024, qui ont suscité de sérieuses inquiétudes quant au respect des garanties d’un procès équitable. Les organisations dénoncent notamment la rapidité des procédures et le fait que des poursuites aient été engagées malgré des rapports d’experts et d’audit ne constatant aucune infraction. Dans le cas de Defne Güzel, elle est en outre tenue responsable de publications sur les réseaux sociaux émanant d’autres personnes utilisant le hashtag #MyIntersexStory. Genç LGBTİ+ a déjà annoncé son intention de faire appel.

    Dans une lettre ouverte, 38 organisations internationales tirent la sonnette d’alarme. Elles soulignent une détérioration progressive des libertés fondamentales en Turquie, en particulier pour les personnes et organisations LGBTI+. La liberté d’expression, d’association et de réunion pacifique serait de plus en plus restreinte.

    Le climat s’est encore durci avec la proclamation de 2025 comme « Année de la famille ». À cette occasion, le ministère turc de la Famille et des Services sociaux a publié une circulaire visant des concepts universels tels que le genre et l’égalité LGBTI+. Parallèlement, de nombreuses interdictions de marches des fiertés ont été imposées, des militant·e·s et journalistes ont été arrêtés, et l’expression artistique et journalistique a été ciblée.

    En 2025, les autorités turques ont tenté à deux reprises d’introduire une législation visant à criminaliser les personnes LGBTI+ et leur activisme. En février de cette année, des discussions ont été relancées, laissant craindre une réintroduction de ces mesures. Cette évolution s’inscrit dans un contexte de restrictions accrues concernant l’accès aux soins d’affirmation de genre depuis juin 2025.

    Selon les organisations signataires, ces mesures juridiques institutionnalisent des pratiques discriminatoires et constituent une menace permanente pour la société civile LGBTI+. Elles dénoncent également une multiplication des contrôles administratifs jugés excessifs et ciblés.

    Dans leur appel, les organisations demandent aux autorités turques de retirer les propositions législatives discriminatoires visant les personnes LGBTI+, de cesser d’utiliser les lois sur la morale pour restreindre leur expression, de garantir des procès équitables et de veiller à une égalité de traitement pour toutes les organisations de la société civile.

    Lees meer
  • Internationale organisaties slaan alarm over vervolging LGBTI+-activisten in Turkije

    Verschillende internationale mensenrechten- en LGBTIQ+-organisaties hebben verontrust gereageerd op de vervolging van elf Turkse LGBTIQ+-activisten in hun thuisland. De elf moesten afgelopen dinsdag voor het eerst voor de rechter verschijnen omdat ze lid zijn van het bestuur en de raad van toezicht van de Turkse LGBTI+-rechtenorganisatie Genç LGBTİ+ (Genç LGBTİ+ Derneği) en hierdoor de verenigingswet zouden hebben overtreden. Hiervoor riskeren zij een gevangenisstraf van één tot drie jaar en een geldboete.

    De LGBTI+-organisatie zelf werd in december door een rechter gesloten omdat ze de wet op de obsceniteit zou hebben geschonden nadat de organisatie tussen 2019 en 2022 tekeningen had gedeeld die tijdens online Pride-evenementen werden gemaakt door LGBTI+-kunstenaars. De rechtbank oordeelde dat de beelden mensen zouden kunnen “aanmoedigen” om lesbisch, homoseksueel, biseksueel of transgender te worden en dat ze in strijd zijn met de openbare zeden en artikel 41 (“Bescherming van het gezin”) van de Turkse grondwet. Met de sluiting van de vereniging worden de rechten op vrijheid van meningsuiting, vereniging en non-discriminatie geschonden.

    De elf bestuursleden van Genç LGBTİ+ werden daarbovenop ook nog eens doorverwezen naar de rechtbank voor het overtreden van de verenigingswet. Deze rechtszaak wordt op 14 oktober ten gronde behandeld.

    Deze rechtszaak is niet de enige die hangende is voor de Turkse rechtbank. In februari werd ook een rechtszaak aangespannen tegen Defne Güzel, voorzitter van de May 17 Association, een andere LGBTI+-rechtenorganisatie in Turkije. Zij wordt ervan beschuldigd de verenigingswet te hebben overtreden omdat een boek en een tentoonstellingscatalogus van de organisatie “in strijd met de openbare zeden” zouden zijn. Ook zij riskeert een gevangenisstraf van één tot drie jaar en een geldboete.

    Indien ze veroordeeld worden, dreigen zowel Defne als de bestuursleden van Genç LGBTİ+ bepaalde burgerrechten te verliezen, waaronder het recht om bestuursfuncties op te nemen in organisaties van het middenveld. Dit raakt niet alleen individuen, maar ook het recht op vereniging van Genç LGBTİ+ en de May 17 Association.

    Deze zaken volgen op een reeks controles van LGBTI+-organisaties in 2024. In beide dossiers zijn er ernstige zorgen over een eerlijk proces, onder meer door de snelheid van de procedures en het feit dat aanklagers toch tot vervolging overgingen ondanks experten- en auditrapporten die geen overtredingen vaststelden. Bovendien wordt Defne verantwoordelijk gehouden voor berichten op sociale media van anderen die gebruikmaken van de hashtag #MyIntersexStory. Genç LGBTİ+ heeft aangekondigd in beroep te gaan.

    De verschillende mensenrechtenorganisaties luiden dan ook in een open brief de alarmbel. “De voorbije jaren is in Turkije een duidelijke achteruitgang zichtbaar in het respect voor de vrijheden van meningsuiting, vereniging en vreedzame samenkomst, waarbij LGBTI+-personen en organisaties in het bijzonder geviseerd worden”, zo luidt het in de brief.

    In het kader van de uitroeping van 2025 tot het “Jaar van het Gezin” publiceerde het ministerie van Gezins- en Sociale Zaken in mei 2025 een circulaire die universele rechtenconcepten zoals gender en LGBTI+-gelijkheid viseerde. Deze periode werd ook gekenmerkt door herhaalde verboden op Pride-evenementen, massale arrestaties van LGBTI+-activisten en journalisten, het viseren van artistieke en journalistieke expressie en administratieve maatregelen die LGBTI+-personen extra kwetsbaar maken. In 2025 probeerden de autoriteiten tweemaal wetgeving in te voeren die LGBTI+-personen en activisme zou criminaliseren, en in februari van dit jaar werd duidelijk dat deze plannen mogelijk opnieuw op tafel komen. Dit volgt op strengere beperkingen op toegang tot genderbevestigende zorg sinds juni 2025.

    Deze juridische maatregelen bestendigen discriminatoire praktijken en vormen een voortdurende bedreiging voor het LGBTI+-middenveld. Tegelijk worden LGBTI+-organisaties steeds vaker onderworpen aan buitensporige en discriminerende controles die veel verder gaan dan normale toezichtvereisten.

    In hun brief roepen de 38 internationale mensenrechten- en LGBTIQ+-organisaties de Turkse overheid op om de discriminerende wetsvoorstellen tegen LGBTI+-personen te schrappen, geen misbruik te maken van zedenwetten om LGBTI+-expressie te onderdrukken, eerlijke processen te garanderen in de zaken tegen Genç LGBTİ+ en Defne Güzel en een gelijke behandeling van alle middenveldorganisaties te waarborgen.

    Lees meer
  • Amsterdam mayor celebrates 25 years of same-sex marriage in the Netherlands

    On Wednesday night, Amsterdam’s mayor married three same-sex couples. The nighttime ceremony marked exactly 25 years since former mayor Job Cohen officiated the first same-sex marriages. The Netherlands’ openly gay deputy prime minister, Rob Jetten, was also present at Amsterdam City Hall. He addressed the couples Rebecca and Sytske, Nico and Vital, and Eelke and Elton, wishing them a happy marriage.

    “Being present at a wedding is always an honour, and especially today,” Jetten said on social media afterwards. “Exactly 25 years ago today, same-sex couples were able to marry for the first time. Thanks to those pioneering couples, I realised as a 14-year-old that I belong, just like everyone else. To me, that equality remains, even after 25 years, the most important aspect of marriage: the recognition that love between two people simply exists.”

    Mayor Halsema also described the marriages as a special moment. On social media, she quoted her predecessor Cohen, who was also present and said 25 years ago: “Soon you will be able to say ‘we are married’, and that sounds much better than saying ‘we are in a registered partnership’.” According to Halsema, these were historic words.

    On 1 April 2001, the first same-sex marriages were held at the Stopera in Amsterdam by then-mayor Job Cohen. The Netherlands thus became the first country in the world to legalise same-sex marriage. At midnight, the amendment to Article 30 of the Civil Code came into force, stating that marriage can be entered into by two persons of different or the same sex. Three male couples and one female couple, selected following a call in the Gay Krant, got married. The ceremony made global headlines, with media outlets such as the BBC, CNN and Reuters present.

    Lees meer
  • La maire d’Amsterdam célèbre 25 ans du mariage homosexuel aux Pays-Bas

    Dans la nuit de mercredi, la maire d’Amsterdam a marié trois couples de même sexe. Cette cérémonie nocturne marquait le 25e anniversaire des premiers mariages homosexuels célébrés par l’ancien maire Job Cohen. Le vice-premier ministre néerlandais ouvertement homosexuel, Rob Jetten, était également présent à l’hôtel de ville d’Amsterdam. Il a adressé quelques mots aux couples Rebecca et Sytske, Nico et Vital, ainsi qu’Eelke et Elton, en leur souhaitant un mariage heureux.

    « Assister à un mariage est toujours un honneur, et aujourd’hui plus que jamais », a déclaré Jetten sur les réseaux sociaux. « Il y a 25 ans jour pour jour, les couples de même sexe pouvaient se marier pour la première fois. Grâce à ces pionniers, j’ai compris, à 14 ans, que j’avais moi aussi ma place. À mes yeux, cette égalité reste, même après 25 ans, l’essence du mariage : la reconnaissance que l’amour entre deux personnes existe tout simplement. »

    La maire Halsema a également qualifié ce moment de particulier. Sur les réseaux sociaux, elle a cité son prédécesseur Cohen, présent lors de la cérémonie, qui avait déclaré à l’époque : « Vous pourrez bientôt dire “nous sommes mariés”, et cela sonne bien mieux que de dire “nous sommes partenaires enregistrés”. » Selon Halsema, il s’agit de paroles historiques.

    Le 1er avril 2001, les premiers mariages homosexuels ont été célébrés à la Stopera d’Amsterdam par Job Cohen. Les Pays-Bas sont ainsi devenus le premier pays au monde à autoriser le mariage entre personnes de même sexe. À minuit, la modification de l’article 30 du Code civil est entrée en vigueur, stipulant qu’un mariage peut être contracté par deux personnes de sexe différent ou de même sexe. Trois couples d’hommes et un couple de femmes, sélectionnés après un appel dans le Gay Krant, se sont mariés. La cérémonie a fait le tour du monde, avec la présence de médias comme la BBC, CNN et Reuters.

    Lees meer
  • Amsterdamse burgemeester viert 25 jaar homohuwelijk in Nederland

    Woensdagnacht heeft de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema drie koppels van hetzelfde geslacht gehuwd. Met de nachtelijke plechtigheid werd herdacht dat precies 25 jaar geleden de toenmalige burgemeester Job Cohen de eerste homohuwelijken voltrok. Ook de eerste openlijk homoseksuele vicepremier van Nederland, Rob Jetten, was aanwezig in het stadhuis van Amsterdam. Hij sprak de koppels Rebecca en Sytske, Nico en Vital en Eelke en Elton toe en wenste hen een gelukkig huwelijk.

    “Als je bij een huwelijk aanwezig mag zijn, is dat altijd eervol. En vandaag natuurlijk helemaal”, liet Jetten na afloop weten op sociale media. “Vandaag, 25 jaar geleden, mochten koppels van hetzelfde geslacht namelijk voor het eerst met elkaar trouwen. Dankzij de koppels die toen voorgingen, zag ik als 14-jarige puber bevestigd waar ik van binnen nog aan twijfelde: ik hoor erbij, net als ieder ander. In mijn ogen is die gelijkwaardigheid, ook nu na 25 jaar, het belangrijkste aan het huwelijk. De erkenning dat liefde tussen twee mensen er gewoon is.”

    Ook burgemeester Halsema vond het huwelijk van de drie koppels een bijzonder moment. Op sociale media citeerde ze haar voorganger Cohen, die zelf ook aanwezig was en 25 jaar geleden tegen de stellen zei: “Straks kunnen jullie zeggen ‘wij zijn getrouwd’ en dat klinkt een stuk beter dan zeggen ‘wij zijn gepartnershipt’.” Volgens Halsema ging het om historische woorden.

    Op 1 april 2001 werden in de Stopera in Amsterdam de eerste homohuwelijken voltrokken door de toenmalige burgemeester Job Cohen. Nederland werd daarmee het eerste land ter wereld waar koppels van hetzelfde geslacht konden trouwen. Om middernacht werd de tekstwijziging van artikel 30 van het Burgerlijk Wetboek officieel van kracht. Voortaan luidde het artikel dat een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of gelijk geslacht. Drie mannenkoppels en één vrouwenkoppel, die gekozen waren na een oproep in de Gay Krant, trouwden. De plechtigheid was wereldnieuws, met cameraploegen van onder meer BBC, CNN en Reuters.

    Lees meer
  • VS vangt bot bij VN met voorstel over definitie van gender

    De Verenigde Naties hebben met een grote meerderheid een Amerikaans resolutievoorstel verworpen dat het begrip ‘gender’ zou beperken tot mannen en vrouwen. Samen met België stemden 23 landen tegen het resolutievoorstel. Zeventien landen onthielden zich van de stemming en slechts twee landen, Pakistan en Chili, stemden samen met de Verenigde Staten voor het voorstel.

    De Amerikaanse resolutie werd op 19 maart, de laatste dag van de zeventigste jaarlijkse Commissie voor de Status van de Vrouw, ingediend. Uit een kladversie die de Amerikaanse website PassBlue kon inkijken, blijkt dat de Amerikanen van mening zijn dat er te veel connotaties hangen rond het begrip ‘gender’ en dat die de laatste jaren steeds vaker worden gebruikt en afwijken van eerder geaccepteerde definities.

    In de resolutie werd ook verwezen naar de Verklaring van Peking over vrouwenrechten uit 1995, die gender op die manier zou definiëren. Maar uit een brief van de Women’s Rights Caucus, die vorige week naar de afgevaardigden werd gestuurd, blijkt dat de commissie geen specifieke definitie van gender hanteerde.

    Volgens PassBlue zei Cristal Downing, directeur gender bij de International Crisis Group, dat de lidstaten “het eens waren om het oneens te zijn” over de definitie en dat ze “zich comfortabeler voelden bij het open laten van de term voor interpretatie dan bij elke poging om tot een gezamenlijke definitie te komen”.

    Volgens de Belgische vertegenwoordiger is de ingediende Amerikaanse resolutie echter “feitelijk onjuist” en probeert ze “de Verklaring van Peking te herschrijven”. Ons land riep dan ook op tot een “no action motion” om te voorkomen dat de resolutie verder zou worden behandeld.

    Foto: Pixabay

    Lees meer
  • Des ONG appellent le CIO à mettre fin aux tests génétiques de sexe dans le sport

    Dans un communiqué commun, Sport & Rights Alliance (SRA), ILGA World et Humans of Sport appellent le Comité international olympique (CIO) à mettre fin aux tests de sexe pour les athlètes féminines. Les trois organisations bénéficient également du soutien de soixante-dix autres organisations.

    Selon plusieurs sources, le "Groupe de travail sur la protection de la catégorie féminine" aurait recommandé au CIO d’introduire des tests génétiques universels pour toutes les athlètes féminines et d’imposer une interdiction totale de participation aux athlètes transgenres et intersexes. Selon les trois organisations, cela ferait reculer de trente ans les progrès en matière d’égalité de genre et dans le sport féminin.

    "Une politique de tests de sexe et d’interdiction générale constituerait une atteinte catastrophique aux droits et à la sécurité des femmes", déclare Andrea Florence, directrice exécutive de la Sport & Rights Alliance. "La police du genre et l’exclusion nuisent à toutes les femmes et à toutes les filles et sapent précisément la dignité et l’équité que le CIO prétend défendre. Nos inquiétudes sont d’autant plus grandes que le CIO semble également réduire les infrastructures de “safe sport”, qui visent justement à protéger les femmes et les filles."

    Après les Jeux olympiques de 1996, le CIO avait décidé de mettre fin aux tests universels de sexe, estimant qu’ils n’étaient ni scientifiquement ni éthiquement justifiables. Ces tests se sont révélés être une méthode imprécise pour déterminer à la fois le sexe et l’avantage sportif et ont causé des préjudices importants aux athlètes concernés. Le Haut-Commissariat des Nations unies aux droits de l’homme, ONU Femmes, la World Medical Association, l’American Medical Association et plus récemment un groupe d’experts indépendants des Nations unies ont depuis longtemps condamné les tests de sexe et les interventions médicales non nécessaires comme étant discriminatoires, contraires à l’éthique et préjudiciables.

    "Obliger les femmes et les filles à subir un dépistage génétique simplement pour pouvoir participer au sport ferait revivre une pratique qui ,même s’il s’agit d’un test unique,viole la vie privée des femmes et des filles, les expose à un examen public extrême et à l’humiliation, et ouvre la voie à des interventions médicales inutiles ", explique la docteure Payoshni Mitra, directrice exécutive de Humans of Sport. "On oublie souvent que des athlètes mineurs participent également aux Jeux olympiques et aux compétitions internationales. Cette politique créerait des risques majeurs pour leur protection, car elle exigerait l’examen du corps de jeunes femmes et d’enfants et la divulgation d’informations médicales intimes."

    "Interdire les athlètes transgenres et intersexes au nom de l’“équité” ignore le fait que ces athlètes font partie des groupes les plus stigmatisés dans le sport", déclarent les organisations. "Elles sont confrontées de manière disproportionnée à des obstacles à la participation sportive, à du harcèlement et à des abus répandus ainsi qu’à d’autres formes de désavantage. Il n’existe aucune preuve que le contrôle des corps des femmes et des enfants améliore l’équité ou l’égalité de genre dans le sport."

    "Le sport doit être un lieu d’appartenance", déclare Julia Ehrt, directrice exécutive d’ILGA World. "Nous appelons le CIO à privilégier la sécurité plutôt que la politique et à ne pas autoriser une politique qui mettrait activement toutes les femmes en danger. La surveillance intrusive des corps des femmes devrait inquiéter tout le monde, car elle renforce des stéréotypes nuisibles et expose toutes les femmes et les athlètes LGBTI à davantage de harcèlement et de contrôle."

    Si cette nouvelle politique était adoptée, elle constituerait un revirement complet par rapport au cadre du CIO de 2021 sur l’équité, l’inclusion et la non-discrimination. Ce document largement respecté a été élaboré à la suite de recherches approfondies et de consultations avec plus de 250 athlètes et experts et reconnaît la nécessité de règles d’éligibilité fondées sur des preuves, spécifiques à chaque sport et respectueuses des droits humains.

    La Sport & Rights Alliance, ILGA World, Humans of Sport et les organisations signataires appellent le CIO à abandonner immédiatement ces projets de tests de sexe et d’interdiction des femmes sur la base de leur statut chromosomique, et à respecter ses engagements inscrits dans la Charte olympique, qui stipule que chaque individu doit avoir "accès à la pratique du sport, sans discrimination d’aucune sorte au regard des droits humains internationalement reconnus".

    Lees meer

Laatste nieuws

Populairste