Zoekresultaten: open-vld

  • Vlaams Belanger vergelijkt LGBT-gemeenschap met een religie

    Vlaams-Belanger en Europarlementslid Tom Vandendriessche heeft in een tweet uitgehaald naar de LGBT-gemeenschap door hen te vergelijken met een religie. De Vlaams Belanger stuurde de tweet de wereld in nadat duizenden Polen vorig weekend op straat kwamen om te eisen dat er gestopt wordt met de stigmatisering van LGBT's daar en de in de invoering van een anti-LGBT wet in Hongarije. Ook in die twee landen wordt de term LGBTQ-ideologie gebruikt om homofobie in de hand te werken."LGBT lijkt wel een religie. Met dogma's waar men niet aan mag twijfelen. Met rituelen om zijn hemel te verdienen. Mer rechtbanken om tegenspraak te criminaliseren. Een liberale sharia, waarvan diversiteit precies niet de doelstelling is, maar totalitair eenheidsdenken moet opleggen", zo tweette Vandendriessche.(Lees verder onder de foto)

     

    Hypocrisie

    Met de tweet bewijst Vandendriessche nogmaals dat er veel hypocrisie heerst rond het LGBTQ-thema in het Vlaams Belang. Heel wat waarnemers viel het vorige week op dat de partij na de goedkeuring van de anti-LGBTQ wet door het Hongaarse parlement niet reageerde terwijl de partij telkens reageert als er een aanval gebeurt tegen homoseksuelen en transgenders als door jongeren met een moslimachtergrond. Die tweestand wordt steeds duidelijker en dat viel ook de jongste weken ook Piet de Bruyn (N-VA) en Bart Somers (Open VLD) de afgelopen weken op. Somers heeft al meermaals in zijn tussenkomsten gewezen op de twee gezichten die het Vlaams Belang heeft. Het Vlaams Belang is, volgens Minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD) de meest homofobe partij en misschien wel de enige homofobe partij die in het Vlaamse parlement zit. Ondermeer tijdens een hoorzitting van de commissie voor Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering  over de chatgroep Crimineel Justice haalde Somers een indrukwekkende lijst boven van pinkwashing die het Vlaams Belang probeert toe te passen.

    “Het aantal homofobe uitspraken van mandatarissen van uw partij is dusdanig groot dat het geen losse incidenten meer zijn. Ik kan verwijzen naar collega Sneppe, die homohuwelijk en -adoptie een brug te ver vindt. Ik kan ook verwijzen naar collega Brusselmans, die nog als voorzitter van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV) Jong N-VA ‘een clubje van homo’s en lesbiennes’ noemde. Dat kan een feitelijke vaststelling zijn van de heer Brusselmans, maar ik vermoed, door de manier waarop hij het zei, dat het niet meteen als compliment bedoeld was, en dat hij ‘homo’s en lesbiennes’ dus veeleer als scheldwoorden gebruikte. Ik kan ook verwijzen naar een gemeenteraadslid dat de Gay Pride ‘walgelijke toestanden’ vindt. Nu, ik heb ‘homofoob’ en ‘Vlaams Belang’ gegoogeld en ik kwam op 35.600 resultaten. Mijn lijstje is dus nog wel wat langer, maar ik ga het niet verder afronden", zo zei Somers toen tegen Adeline Blancquaert (Vlaams Belang) toen die  de voornamelijk Tsjetsjeense  afkomst van de jongeren in de chatgroep en de oproep tot homofoob geweld te  koppelen aan een mislukte integratie.

    Vorige week reageerde ook Piet de Bruyn op het dubbele gezicht dat Vlaams Belang heeft.  "Toen in 2003 het homohuwelijk werd goedgekeurd stond mijn partij er om ja te stemmen", zo stak de N-VA'er vorige week van wal toen Sam van Rooy (Vlaams Belang) beweerde dat zijn partij de ware verdedigers zijn van de rechten van de LGBTQ-gemeenschap. "Toen in 2006 adoptie door koppels van gelijk geslacht mogelijk werd stond mijn partij er om ja te zeggen. Toen in 2009 voor de allereerste keer in dit Vlaams Parlement de link werd gelegd tussen transgenders en hun welzijn was het mijn partij die die vraag stelde. Toen in 2014 de allereerste resolutie in dit Vlaams Parlement werd aangenomen waarin de gelijke positie van transgenders in de samenleving werd voorop gesteld stond mijn partij er om ja te zeggen. Toen in 2017 de nieuwe transgenderwet werd goedgekeurd stond mijn partij er om ja te zeggen. Toen in 2021 in Europa gestemd werd om heel Europa uit te roepen tot LGBT-freedomzone stond mijn partij er om ja te zeggen. Meer heb ik op die onzin van collega Van Rooy niets te zeggen."

    Lees ook:Bart Somers: 'Het Vlaams Belang is de meest homofobe partij" (+)

    Lees meer
  • Vlaams Parlement keurt LGBTI-resolutie goed

    Het Vlaamse parlement heeft vorige dinsdag een resolutie aangenomen waarin de regering wordt opgeroepen om maatregelen te nemen om geweld en discriminatie tegen LGBTI+-personen tegen te gaan, meer in te zetten op sensibilisatie en de uitbouw van meldpunten en hulplijnen en om  de welzijnssector en het onderwijs inclusiever te maken. De resolutie die door Freya Perdaens (NV-A), Orry Van de Wauwer (CD&V), Stephanie D’Hose (Open VLD), An Moerenhout (GROEN)  en Maxim Veys (Vooruit) werd ingediend telt maar liefst 21 actiepunten.

    Cavaria, de koepelorganisatie van LGBTQ-verenigingen noemt de resolutie op haar website “een mooie stap vooruit om ervoor te zorgen dat de LGBTI+-gemeenschap zich veiliger voelt in België.”  

    “We hopen dat deze resolutie niet enkel symbolisch blijft maar dat er effectief stappen gezet worden in beleid en in de praktijk. Daarom vragen we ook om over een jaar terug samen te komen en de balans op te maken. Daarbij is Vlaanderen slechts een niveau. Alle niveaus moeten samenwerken zodat overal de nodige stappen gezet worden naar een veiligere, meer inclusieve maatschappij voor de LGBTI+-gemeenschap. We kijken daarvoor uit naar het interfederaal Actieplan rond SOGIESC van staatssecretaris voor Gendergelijkheid, Gelijke Kansen en Diversiteit, Sarah Schlitz. “or de werklvloer.  

    In de resolutie leggen de beleidsmakers o.a. de focus op de verdere uitbouw en ondersteuning van hulplijnen zoals Lumi, de vroegere Holebifoon. Daarnaast vermelden ze ook actiepunten naar het onderwijs en de welzijnssector toe.

    De volledige resolutie kun je hier nalezen.

     

    Lees meer
  • Transgender gedetineerden komen zoveel mogelijk op 'juiste' gevangenisafdeling terecht

    Transgender gedetineerden worden zoveel mogelijk opgesloten in een afdeling die overeenkomt met hun beleefde genderidenditeit, ongeacht hun seksuele kenmerken of geregistreerd geslacht.  De beslissing of een persoon in een mannen- dan wel een vrouwengevangenis wordt opgenomen wordt in beginsel genomen door de directeur in overleg met de dienst detentiebeheer en de medewerkers die advies kunnen geven. Daardoor kan het gebeuren dat transgender gevangenen op een afdeling worden opgesloten die niet overeenkomt met hun beleefde genderidenditeit. Dat heeft minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (OpenVLD) geantwoord op een vraag van Karin Jirofléé (Vooruit) in de commissie Justitie. Hoeveel transgendergedetineerden in de Belgische gevangenissen zitten is niet duidelijk.

     

    Aanleiding voor de reeks vragen van Jiroflee was ondermeer het overlijden van twee Britse transgender gedetineerden. Eind 2015 overleden in Groot-Brittannië Vicky Thompson en Joanne Latham, twee transvrouwen die opgesloten zaten in mannengevangenissen. Als reactie op deze gebeurtenissen kwam er in Groot-Brittannië een beleid voor de opgang en plaatsing van transgender gedetineerden. 

    Om te bepalen of gedetineerden in de mannen of vrouwenafdeling worden geplaatst worden wereldwijd verschillende classificatiemethodes toegepast om transgender gedetineerden te plaatsen in een penitentiaire instelling. Dat kan enerzijds gebeuren op basis van het geregistreerde geslacht (wat soms niet overeenstemt met de genderidentiteit), plaatsing op basis van de genitaliën, en plaatsing op basis van de beleefde genderidentiteit (ook wanneer deze niet overeenstemt met de geslachtsregistratie). In Londen bestaat er zelfs een aparte gevangenisvleugel voor transgender gedetineerden. Veel van de problemen die transgender gedetineerden ervaren, worden veroorzaakt door misplaatsing. De Nederlandse staat werd eind 2019 veroordeeld voor het (mis)plaatsen van een transvrouwelijke gedetineerde op een mannenafdeling. 

     

    Minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne, laat weten dat in ons land transgender gedetineerden zoveel mogelijk worden ondergebracht op een afdeling die overeenkomt met hun beleefde genderidentiteit. “Het huidige beleid is te omschrijven als een casusgebonden beleid, dat vertrekt vanuit de individuele genderidentiteitsbeleving van de persoon. Het uitgangspunt is dat zowel bij de plaatsing als bij het toestaan van bepaalde faciliteiten tijdens de detentie, zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de vrijheid om de eigen identiteit te beleven. Evenwel dient, naast de persoonlijke beleving, ook steeds rekening te worden gehouden met de veiligheid van de persoon en diens omgeving.“

     

    Hoeveel transgender gedetineerden in onze gevangenissen zitten, en eventueel op de verkeerde afdeling, kan de minister niet zeggen. “Gelet op de fluïde definiëring van transgenderisme en de moeilijke bepaling van het moment waarop er effectief sprake is van ‘het niet overeenstemmen van de genderidentiteit van een persoon met het geslacht dat die persoon werd toegeschreven bij de geboorte’, bestaat er geen sluitende registratie en is het bijgevolg niet mogelijk om betrouwbare cijfers te produceren. De persoonlijke medische gegevens ter zake worden sowieso niet in de databanken van de penitentiaire inrichtingen opgenomen. De dienst penitentiaire gezondheidszorg is wel op de hoogte van een aantal gevallen binnen de penitentiaire inrichtingen gelet op de onderliggende vragen qua medische gezondheidszorg en de vragen van de betrokken gedetineerden aan de psychosociale dienst. Er kan algemeen worden gesteld dat het geen onbekend of uiterst zeldzaam voorkomend fenomeen is.“

     

    Momenteel wordt er aan een reeks van aanbevelingen en richtlijnen gewerkt  voor de omgang met transgender gedetineerden. In februari 2021 werd binnen het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen met medewerking van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen een werkgroep opgericht om dit te actualiseren. In de loop van de komende maanden zal dit geactualiseerde document met een concreet actieplan aan de directies van de penitentiaire instellingen worden voorgelegd. Ook de link met de deontologie en de integratie in de opleiding van het gevangenispersoneel zullen hierbij concrete aandachtspunten zijn. 

    Foto: Francesca RunzaUnsplash

    Lees meer
  • Wel Jong Niet Hetero, Cavaria en minister Somers komen met extra maatregelen tegen homofobie en homohaat

    Donderdagvoormiddag zijn Sander Cornelis, de coördinator van Wel Jong Niet Hetero, en Yves Aerts van Cavaria ontvangen door minister van Samenleven Bart Somers (Open VLD). Samen bespraken ze de nodige stappen die moeten leiden tot een effectiever, daadkrachtiger beleid tegen anti-LGBT+ geweld. Wel Jong Niet Hetero legde vier actiepunten op tafel, die samen met minister Somers en Yves Aerts verder werden uitgewerkt. 

    De moord op David Polfliet heeft veel mensen geschokt en in het bijzonder mensen uit de LGBT+ gemeenschap. De man werd via een datingapp in de val gelokt en vermoord. “Slachtoffer van geweld worden omwille van je seksuele geaardheid. Vermoord worden omwille van wie je bent. Er bestaat volgens mij niets gruwelijker. Dit raakt aan de kern van onze samenleving. De vrijheid om te zijn wie je bent”, zei Vlaams minister van Bart Somers woensdag in het Vlaams parlement. De minister gaf in het parlement uitleg over de maatregelen die al bestaan om homofobie te bestrijden en welke acties er nog verder gingen worden uitgerold. Zo zal het aanpakken van homohaat een belangrijk onderdeel worden van het Vlaamse actieplan tegen extremisme. 

    Petitie

    Na de moord lanceerde de jongerenorganisatie Wel Jong Niet Hetero een petitie die op enkele dagen tijd door meer dan 17.000 personen werd ondertekend. Daarin riepen Bart Somers en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Vanderlinden (CD&V) op om een daadkrachtig beleid uit te werken. Tijdens het overleg donderdagvoormiddag legde de organisatie dan ook vier Wel Jong Niet Hetero legde vier actiepunten op tafel, die samen met minister Somers en Yves Aerts verder werden uitgewerkt. 

    Toegankelijke meldpunten

    Om de aangiftebereidheid te vergroten, moeten de meldpunten toegankelijker, bekender en meer gecentraliseerd zijn. Daarbij moet aandacht zijn voor het zorgperspectief van de slachtoffers. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de middenveldorganisaties die slachtoffers kunnen toeleiden en ondersteunen. 

    Safe spaces

    Om slachtoffers van seksuele intimidatie of geweld extra te ondersteunen, zal er onderzocht worden hoe virtuele en fysieke safe spaces kunnen worden opgericht, zodat slachtoffers hun verhaal kunnen doen en hulp krijgen. 

    Klankbordgroep

    Er wordt een klankbordgroep opgericht met de verschillende LGBTQ+ organisaties. Deze klankbordgroep zal bekijken waar er nog verbeteringen en extra acties mogelijk zijn per beleidsdomein. 

    Dialoog met Wel Jong Niet Hetero

    Minister Somers gaat ook nog in gesprek met jongeren van Wel Jong Niet Hetero om te luisteren naar hun persoonlijke verhalen, ervaringen en beleidsaanbevelingen. 

    "Ondanks de sterke emoties van afgelopen dagen ben ik erg tevreden met de eerste stap die werd gezet", zo laat Sander Cornelis van WJNH weten. "De eisen die opgebouwd werden vanuit de stem van LGBT+ jongeren werden gehoord en erkend. Ik geloof sterk dat we samen met het beleid, LGBT+ organisaties én onze jongeren vooruit kunnen gaan richting een beleid dat anti-LGBT+ geweld op de juiste manier erkent, opvolgt en aanpakt.”Wel Jong Niet Hetero rekent ook op andere ministers om onze organisatie als klankbord te gebruiken en actief samen te werken om het complexe, structurele probleem van homofobie aan te pakken. 

     

    Lees meer

Laatste nieuws

Populairste