Amerikaanse opperrechter die voor vrouwen- en LGBT-rechten opkwam overleden

In Washington DC is  Ruth Bader Ginsburg op 87-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van pancreaskanker. Zij was één van de progressiefste rechters die in het Amerikaanse Hooggerechtshof zetelde. Zij was ook voorvechtster voor de rechten van vrouwen en LGBT’s. Na haar overlijden vrijdagavond (lokale tijd) barstte onmiddellijk een strijd rond rond haar opvolging. 

Ginsburg studeerde rechten en werd het eerste vrouwelijk lid van de prestigieuze Harvard Law Review. Ze gaf onder meer les aan Rutgers University Law School en Columbia, waar ze de eerste vrouwelijke benoemde professor werd. Tijdens de jaren zeventig was ze ook voorzitter van het Women's Rights Project van de American Civil Liberties Union, waarvoor ze zes belangrijke zaken rond gendergelijkheid voor de Supreme Court pleitte.

In 1980 benoemde toenmalig president Jimmy Carter haar tot rechter van het federale hof van beroep van het District of Columbia, waar ze aan de slag was tot president Clinton haar in 1993 een plekje gaf in het Supreme Court. Ze verving er de progressieve rechter Byron White en werd door Clinton gekozen omdat ze volgens hem over het intellect en de politieke vaardigheden beschikte om het hoofd te bieden aan de conservatieve rechters. 

Als rechter aan het Amerikaanse hooggerechtshof lag ze aan de basis van verschillende beslissingen die de rechten van vrouwen, holebi’s en transgenders en andere minderheidsgroepen bevorderden.  In 1996 schreef ze het historische arrest in de zaak "United States v. Virginia", waarin stond dat de door de staat gesteunde Virginia Military Academy niet kon weigeren om vrouwen toe te laten.  Datzelfde jaar was ze ook betrokken in de zaak Romer Vs Evans waarin het Hof oordeelde dat een grondwetswijziging van de staat Colorado die de beschermde status op basis van homoseksualiteit of biseksualiteit verhinderde, niet voldeed aan de clausule inzake gelijke bescherming. Deze uitspraak legde ook de basis voor de beslissingen in twee andere zaken waarin LGBTQ-rechten centraal stonden.  In de rechtszaak Lawrence v. Texas (2003) vormde het de basis voor het baanbrekende besluit waarin het Hof oordeelde dat Amerikaanse wetten die homoseksuele activiteiten tussen instemmende volwassenen in de privésfeer verbieden, ongrondwettig waren. Het Hof bevestigde daarmee opnieuw het concept van een "recht op privacy" dat in eerdere zaken, zoals Roe v. Wade, was opgenomen in de Amerikaanse grondwet. Ook vormde het de basis om de wetgeving die het homo-huwelijk in verschillende staten verbood te vernietigen. Dat leidde op zijn beurt in de zaak "Obergefell v. Hodges" (2015) tot de openstelling van het homo-huwelijk in heel de VS.

Begin juli 2019 werd bij een routineuze bloedtest een tumor op de pancreas vastgesteld bij Ginsburg. Ze kreeg in augustus van datzelfde jaar drie weken lang bestralingen in een centrum voor kankerbehandeling in New York, en leek de ziekte te hebben overwonnen. 

In juli van dit jaar meldde Ginsburg dan dat ze opnieuw chemotherapie onderging voor een terugval van leverkanker, maar dat ze niet van plan was om op pensioen te gaan. "Ik heb al vaak gezegd dat ik lid blijf van het hof zolang ik de job met volle kracht kan doen. Ik blijf volledig in staat om dat te doen", klonk het toen nog in een mededeling van het oudste lid van het hoogste rechtsorgaan van Amerika.

Strijd om Hooggerechtshof

Bijna onmiddellijk toen het overlijden van Ginsberg bekend raakte barstte de strijd om haar opvolging los. Normaal gezien is het de gewoonte dat in de laatste maanden in een verkiezingsjaar gewacht wordt met de benoeming van een nieuwe rechter aan het Hooggerechtshof tot de verkiezingen voorbij zijn en de eventuele nieuwe president geïnstalleerd is. Die reden werd ook in 2016 door de Republikeinse senator Mitch McConnell ingeroepen na het overlijden van de conservatieve rechter Scalia. Hij zorgde er voor dat de benoeming van een door de democraten voorgedragen nieuwe rechter een jaar tegen werd gehouden en zelfs voorkomen werd. De republikeinen wilden tijdens de verkiezingen van 2016 de kiezers de kans geven om zich over de benoeming uit de spreken. Na de verkiezing van Trump werd er pas een nieuwe conservatieve rechter aangesteld.

Na het overlijden van Ginsberg kondigde Mitch McConnell echter aan dat hij wil dat de Senaat nog voor de verkiezingen van november  stemt over de opvolging van Ginsberg. 

President Donald Trump heeft de voorbije vier jaar al twee opperrechters kunnen benoemen: Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh.  Als dit op zo een korte termijn kan gebeuren kan het evenwicht in het Hooggerechtshof verder verschuiven naar een meer conservatieve houding. Tot nu toe was er in  het hof was er een verhouding van 5 conservatieve tegenover 4 progressieve opperrechters.  In de Senaat hebben de Republikeinen nu een meerderheid van 53 tegen 47 Democraten. Toeval of niet, de afgelopen dagen heeft Trump enkele namen van rechters bekend gemaakt die hij voordraagt voor een post bij het Hooggerechtshof. 

Presidentskandidaat Joe Biden roept ondertussen op om de aanstelling van een nieuwe opperrechter tot na de verkiezingen uit te stellen.

Deel dit artikel via:
Reacties zijn uitgeschakeld.

Laatste nieuws

Volg ons ook via:

Gerelateerd nieuws

Populairste